De sangiovese is de basis van bijna alle rode Toscaanse wijnen, vooral ook van de chianti. De druif heeft een dikke schil en rijpt laat. Ze levert een robijnrode wijn die rijk is aan tannine en die wrang is in de jeugd en vol en harmonieus als zij is gerijpt. Aan sangiovese wijnen wordt vaak een deel canaiolo, cabernet sauvignon en merlot toegevoegd. De klassiekste wijnregio's worden gedomineerd door één of enkele druiven soorten. In Toscane is dat de sangiovesedruif. De Etrusken kenden deze druif drieduizend jaar geleden al en in de loop der eeuwen is ze aan de leiding gekomen omdat ze zich optimaal kon aanpassen aan klimaat en grond en betrouwbare, goede opbrengsten geeft.
Sangiovese is vandaag de dag de meest verbouwde soort in Italië. Op ongeveer tien procent van de wijngrond wordt ze verbouwd en ze komt voornamelijk voor in het landschap van Midden-Italië, dat ooit Etrurië werd genoemd. In alle rode wijnen van de regio, in de chianti, in de Brunello di Montalcino, in de Vino Nobile di Montepulciano en hoe ze ook mogen heten, bepaalt deze druif het karakter van de wijn en vormt de ruggengraat ervan. In de loop der tijden zijn er vele varianten, de zogenaamde klonen, ontstaan, die naar de voornaamste kenmerken worden genoemd: sangiovese grosso (groot) of piccolo (klein), dolce (zoet) of forte (stevig).
Geduld voor druiven en wijn
De sangiovese rijpt laat en kan zelfs in het milde, vaak warme Toscane pas in oktober geplukt worden. Het gaat om een stevige, robuuste en dikschillige soort. Deze geeft een wijn die dieprood tot blauwzwart van kleur is, in de jeugd ruig en wrang en pas na jaren opengaat en drinkrijp wordt. Deze wijnen zijn, althans de zuivere soort, bedoeld om te bewaren.
Het was altijd al het streven van de Toscaanse wijnmakers om het wrange hiervan te verzachten door het toevoegen van andere soorten. Tot voor kort werd dat bereikt met inheemse rode en witte soorten. De grote begunstiger van de Toscaanse wijnbouw, de staatsman Barone Bettino Ricasoli, ontwierp al in de vorige eeuw een oorspronkeijk chianti-recept: een mengeling van sangiovese- en canaiolo-druiven voor een kostbare, duurzame wijn of, als het een frisse. jong drinkbare wijn moest zijn, door het toevoegen van witte trebbiano- en malvasiadruiven. De tijden veranderen en de wijnmode ook. Tegenwoordig worden veel sangiovesewijnen graag afgerond met de zogenaamde edele, Franse, rode druivensoorten. De elegante cabernet sauvignon zou de wijnen soepeler maken, de alcoholrijke merlot zou ze voller en zachter maken. De vuistregel luidt: hoe groter het aandeel sangiovese in een wijn is, hoe langer hij nodig heeft om te rijpen. De mengeling van de druivensoorten is bepalend. Vraag daarnaar bij aankoop van wijnen.