Dit kuuroord, beroemd om zijn geneeskrachtige bronnen, ligt tussen
Lucca en
Pistoia aan de voet van een Apennijnenuitloper. Het stadje heeft het uiterlijk van een typische kuurplaats, met veel gebouwen uit het begin van de 20ste eeuw, tuinen en parken, hotels en pensions in alle categorieën en natuurlijk goed verzorgde en bovendien erg fraaie kuurinrichtingen. Het milde klimaat, de vele mogelijkheden voor sportbeoefening, de mooie winkels en het gevarieerde aanbod aan cultureel en mondain vermaak versterken de aantrekkingskracht van Montecatini Terme. De geneeskrachtige werking van de bronnen was al aan de Romeinen bekend en in de Middeleeuwen werden zij aanbevolen als remedie tegen leverkwalen. Toch gebeurde er toen nog niet veel in Montecatini.
Weliswaar werden er op initiatief van
Florence in de 15de/16de eeuw enkele badinrichtingen gebouwd, maar de nabijheid van het moerassige Padule di Fucecchio, waardoor besmetting met malaria op de loer lag, weerhield mensen ervan Montecatini te bezoeken. Vanaf het einde van de 16de eeuw, toen de bronnen privé-eigendom van de Medici werden, raakte Montecatini in verval. Het leefde pas weer in de 18de eeuw op toen onder groothertog Pietro Leopoldo tot drooglegging werd overgegaan.
In die tijd werden de eerste grote badinrichtingen gebouwd. Het beheer ervan werd aanvankelijk opgedragen aan Benedictijnse monniken maar ging later op grond van door Napoleon uitgevaardigde wetten over in handen van leken. In de loop van de 19de eeuw raakte de geneeskrachtige werking van de bronnen in bredere kring bekend. In de eerste decennia van de 20ste eeuw werden de faciliteiten drastisch uitgebreid.
Het centrum van Montecatini is de Piazza del Popolo met de in 1962 gebouwde parochiekerk S. Maria Assunta. De Viale Verdi die op dit plein begint, verdeelt de stad als het ware in tweeën. Rechts ervan ligt de oude stadskern met de wat eenvoudigere hotels, links het meer parkachtige gedeelte met de luxe hotels en in het Parco delle Terme de verschillende kuurcomplexen. De bekendste hiervan zijn het Excelsior (1915, Libertystijl), de Terme Leopoldine (18de eeuw, neoklassiek) en het Tettuccio (in 1927 in neorenaissancestijl opgetrokken).
Het kuren bestaat in hoofdzaak uit het drinken van het zout-, zwavel- en alkalihoudende water. Daarnaast bieden verschillende inrichtingen de mogelijkheid voor het nemen van (modder)baden. Montecatini heeft in de loop der jaren al talloze beroemdheden ontvangen: zowel Verdi als Puccini logeerden en componeerden in hotel Locanda Maggiore en ook vorsten, filmsterren en andere 'celebrities' kwamen er kuren.